direct naar inhoud van Ruimtelijke onderbouwing
Plan: Zonneweide langs N274 Schinveld
Status: vastgesteld
Plantype: omgevingsvergunning
IMRO-idn: NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01

Ruimtelijke onderbouwing

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Op 28 mei 2015 heeft de gemeenteraad van Onderbanken het regionale ambitiedocument Parkstad Limburg Energie Transitie (PALET 1.0) en de potentiestudie gemeente Onderbanken (PALET 2.0) vastgesteld. Daarin is de ambitie geformuleerd om in 2040 een energie neutrale regio/gemeente te zijn. Op 7 juli 2016 is door de raad het uitvoeringsprogramma (PALET 3.0) vastgesteld. In dit document zijn diverse maatregelen opgenomen om de gestelde duurzaamheidsdoelen te bereiken waaronder het realiseren van zonneweides.

Na vaststelling van deze documenten en om de daarin gestelde duurzaamheidsdoelen te bereiken, heeft de gemeente Onderbanken de wens om een zonneweide met zonnepanelen te realiseren ten oosten van de N274, ter hoogte van Schinveld.

1.1.1 Reguliere procedure

Op grond van het geldend bestemmingsplan 'Woonkernen 2013' is het realiseren van het planvoornemen op basis van de geldende agrarische bestemming niet mogelijk. Voor het project dient een ruimtelijke onderbouwing in het kader van de omgevingsvergunning worden aangeleverd, waarin de afwijking ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen beargumenteerd wordt.

Zoals reeds aangegeven past de hierboven beschreven ontwikkeling niet (geheel) binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing voorziet in de verantwoording van de ontwikkeling en is opgesteld conform de eisen die de gemeente Onderbanken stelt aan een dergelijke ruimtelijke onderbouwing. Deze ruimtelijke onderbouwing is noodzakelijk in het kader van de te doorlopen procedure ten behoeve van een 'omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan'.

Voor de zonneweide met zonnepanelen is in eerste instantie de reguliere procedure doorlopen. Op 31 oktober 2018 is de vergunning voor de zonneweide met zonnepanelen in combinatie met de landschappelijke inpassing en de aanleg van de geluidwal verleend. Deze geluidwal is inmiddels aangelegd. Echter voor de aanvraag van de SDE-subsidie (Stimulering Duurzame Energieproductie) voor de zonnepanelen is gebleken dat alsnog een uitgebreide procedure dient te worden doorlopen.

1.1.2 Uitgebreide procedure

Op 19 september 2018 zijn de regels voor het verkrijgen van een Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) aangepast, waardoor een zonnepark dat gerealiseerd wordt met een kruimelvergunning (reguliere procedure) niet meer subsidiabel is. Het is dus niet (meer) mogelijk om een SDE-subsidie voor een zonnepark te verkrijgen op basis van een kruimelgevallenregeling. De ratio daarachter is dat de Minister een langere termijn dan 10 jaar wenselijke acht voor het verlenen van dit soort projecten. De kruimelgevallenvergunning is echter beperkt tot een looptijd van 10 jaar. Derhalve is voor het realiseren van de zonneweide het doorlopen van de uitgebreide procedure (art. 2.12, eerste lid, sub a onder 3 Wabo) noodzakelijk. De gemeente Beekdaelen is verantwoordelijk voor het doorlopen van deze noodzakelijke planologische procedure.

In dat kader dient een nieuw ontwerpbesluit te worden genomen voor uitsluitend het deel van de zonneweide waar de zonnepanelen zijn voorzien. De landschappelijke inpassingen en de aanleg van de geluidswal maken hier geen onderdeel van uit aangezien hiervoor de vergunning is verleend en de geluidswal inmiddels ook al is aangelegd. In het kader van deze uitgebreide procedure dient deze ruimtelijke onderbouwing integraal gelezen te worden voor de samenhang van het totale planvoornemen, maar heeft de omgevingsgunning dus alleen betrekking op het gedeelte van de zonneweide waarop de zonnepanelen zijn voorzien.

1.2 Ligging

Het projectgebied voor onderhavig planvoornemen ligt ten noord westen van de kern Schinveld, en ten oosten van de N274. De percelen waarop het projectgebied betrekking heeft, zijn kadastraal bekend als gemeente Schinveld, sectie D nummer 738 en Sectie A nummer 6448. Het totale oppervlak van het projectgebied is ongeveer 13.710 m2.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0001.jpg"  
Luchtfoto en kadastrale begrenzing met de begrenzing van het besluitgebied van de reeds verleende omgevingsvergunning (rood omkaderd) en het besluitgebied van de nieuwe omgevingsvergunning (blauw omkaderd) (bron: ruimtelijkeplannen.nl)  

Het projectgebied wordt aan de noordoost zijde begrensd door een woning en een bedrijf aan de Jabeekerstraat. In het westen grenst de N274 aan het projectgebied. Aan de zuidzijde wordt het projectgebied begrenst door meerdere woningen gelegen aan de Leeuwerik en Bergweg. Op dit moment worden de gronden binnen het projectgebied voor agrarische doeleinden gebruikt.

1.3 Geldend bestemmingsplan

Het geldende bestemmingsplan ter plaatse betreft het bestemmingsplan 'Woonkernen 2013' dat door de raad van de gemeente Onderbanken is vastgesteld d.d. 20 juni 2013. Conform dit bestemmingsplan is ter plaatse van het projectgebied de bestemming 'Agrarisch' van kracht.

Naast de bestemming 'Agrarisch' heeft het perceel de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie - 2 hoog' en 'Waarde - Archeologie - 3 middelhoog'. Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0002.jpg"  
Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Woonkernen 2013' met de begrenzing van het besluitgebied van de reeds verleende omgevingsvergunning (rood omkaderd) en het besluitgebied van de nieuwe omgevingsvergunning (blauw omkaderd)  

Het planvoornemen past niet binnen de regels behorende bij deze agrarische bestemming, aangezien de zonneweide niet is toegestaan binnen de specifieke agrarische bestemming. De omschakeling of toevoeging van een andere functie is volgens de bijbehorende planregels niet toegestaan. Daarnaast dient bij eventuele bodemingrepen rekening gehouden te worden met de toegekende archeologische dubbelbestemming.

Om het planvoornemen mogelijk te maken dient derhalve van het bestemmingsplan te worden afgeweken. Dit kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 20 van de Wabo.

Onderhavige ruimtelijke onderbouwing vormt hiervoor de nadere verantwoording c.q. onderbouwing voor deze afwijking.

1.4 Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 nader ingegaan op de bestaande situatie van het projectgebied en op het planvoornemen zelf. In hoofdstuk 3 wordt een samenvatting gegeven van het relevante nationale, provinciale en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 worden de milieuhygiënische en sectorale aspecten uiteengezet. Tot slot vindt in hoofdstuk 5 een toetsing plaats ten aanzien van de uitvoerbaarheid en wordt in hoofdstuk 6 beschreven welke procedure dient te worden doorlopen.

Hoofdstuk 2 Projectomschrijving

2.1 Bestaande situatie

Het projectgebied is ten noordwesten van de kern Schinveld gelegen, in de 'wig' tussen de N274 en de Jabeekerstraat. Aan de zuidzijde grenst het projectgebied direct aan de woningen van de kern Schinveld. Dit zijn grondgebonden (vrijstaande) woningen in maximaal twee bouwlagen met kap. Deze woningen worden door een 'groensingel' afgeschermd van het aangrenzende buitengebied. Ten noordoosten van het projectgebied ligt nog een solitaire woning met aan de overzijde een bedrijf. Verder grenst het projectgebied aan de oost, noord en westzijde aan het buitengebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0003.jpg"  
Luchtfoto (bron: ruimtelijkeplannen.nl 2018)  

Het projectgebied zelf is onbebouwd en agrarisch in gebruik. Door de ligging in de 'wig' (tussen de N274 en de Jabeekerstraat) maakt het projectgebied ruimtelijk gezien geen onderdeel uit van het buitengebied. Het perceel c.q. projectgebied staat daardoor op zichzelf en wordt concreet begrensd door de N274, de Jabeekerstraat en woonbebouwing van de kern Schinveld.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0004.png"  
Foto van de solitaire woning ter hoogte van de Jabeekerstraat  

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0005.png"  
Foto van het bedrijf aan de overzijde van de Jabeekerstraat  

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0006.png"  
Foto van het projectgebied gezien vanuit de N274  

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0007.png"  
Foto van het projectgebied gezien vanuit de Jabeekerstraat  

Nieuwe ontwikkelingen

In de directe omgeving van het projectgebied vindt een nieuwe ontwikkeling plaats, die ook als bestaande situatie aangemerkt kan worden, namelijk:

  • reconstructie N274, de gemeente Onderbanken kan de verwachte verkeerstoename in aansluiting op de buitenring niet goed verwerken. De provincie wil dit knelpunt verhelpen door de N274 te vernieuwen. De N274 is een belangrijke verkeersader voor de gemeenten ten zuidoosten van Roermond, de Duitse Selfkant en het noordoostelijke deel van de stadsregio Parkstad Limburg. De weg is, naast de A2, één van de weinige verbindingen tussen het zuiden en midden van Limburg. Hij wordt bij calamiteiten op de A2 ook ingezet als alternatieve route.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0008.png"  
Uitsnede schetsontwerp reconstructie N274  

Door deze nieuwe ontwikkelingen wordt de solitaire ligging van dit (agrarisch) perceel c.q. projectgebied ten opzichte van het buitengebied versterkt.

2.2 Planvoornemen


De zonneweide wordt gerealiseerd op de noordwestelijke rand van de kern Schinveld. Het perceel zal worden gebruikt voor het opwekken van duurzame energie. Het gaat om zo'n 1,7 hectare, dat ingericht wordt met zonnepanelen. In totaal kan er circa 1.458 MWh energie opgewekt worden, dit loopt jaarlijks met 0,5% terug. De CO2 uitstoot wordt met circa 745 ton per jaar gereduceerd.

 

Het totale oppervlak van het projectgebied is zoals aangegeven: 13.710 m2, dat geheel als zonneweide word ingericht. In totaal worden er circa 5.863 PV panelen geplaatst, waarvan 4.580 op Sectie A en 1.256 op sectie D.

In navolgende figuren is het voorlopige beleggingsplan van de zonnepanelen voor het perceel opgenomen. De panelen zullen namelijk richting het zuiden worden gelegd. Verder worden de zonnepanelen door een geluidswal met een hoogte van 2.0 meter van de N274 afgeschermd (zie paragraaf 4.2.5). Aan de zijde van de Jabeekerstraat wordt de resterende (open) plek als onderdeel van de landschappelijke inpassing groen ingericht (zie paragraaf 2.3). Ook de percelen 197 en 206 worden voor de landschappelijke inpassing gebruikt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0009.png"  
Impressie beleggingsplan (panelen ligging zuid)  

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0010.png"  
Impressie beleggingsplan (panelen ligging zuid)  

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0011.png"  
Impressie van de constructie voor de opstelling zuid  

Beveiliging

Een zonneweide installatie is door de solitaire ligging en afscherming van de kern Schinveld in een landelijke omgeving meer vandalisme en diefstal gevoelig, derhalve worden de volgende voorzieningen aangelegd:

  • esthetische vormgeving en beveiliging rondom het terrein door middel van een haag in combinatie met een hekwerk rondom het terrein.
  • camera beveiliging met aanwezigheidsdetectie, deze camerabeelden worden geobserveerd door een beveiligingsbedrijf vanuit hun observatie kantoor.

Constructie

De bovenkant van zonnepanelen worden op een hoogte van maximaal 2 meter boven de grond aangebracht. De constructie is daarbij zo hoog als een zonnepaneel verhoogd met een onderconstructie. Daarbij is uitgegaan van een zonnepaneel van ongeveer 1.60 meter met een onderconstructie van 0.30 meter. Op deze manier hoeven er geen paden aangelegd te worden tussen de constructies van de zonnepanelen. De zonnepanelen zijn bereikbaar vanuit de onderkant van de constructie.

Een invalshoek van maximaal 35 graden heeft de voorkeur.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0012.png"  
Invalshoek ten opzichte van hellingshoek van 25 en 35 graden  

Een zonneweide produceert geen geluid, er zitten geen draaiende of bewegende delen in het systeem, uitsluitend elektronische componenten. Na zonsondergang schakelt de installatie volledig uit. Het benodigde transformatorhuisje (compact station) wordt gepositioneerd op de grootst mogelijke afstand tot de bebouwde kom, de exacte locatie is nog onbekend.

Er ligt nog geen specifiek bouwplan, wel zal er gebruik gemaakt worden van een stabiele constructie voor de zonnepanelen geplaatst op het maaiveld met ballast in de vorm van betonstroken, om zo de impact op de bodem te minimaliseren. Daarnaast moeten er sleuven gegraven worden voor de bedrading om de zonnepanelen aan te sluiten op het transformatorhuisje. Hierbij moet rekening gehouden worden dat deze op voldoende diepte liggen, zodat deze vorstvrij gelegen zijn. De zonneweide (percelen D 738 en A 6448) wordt verder voor maximaal 70% ingericht met zonnepanelen, hierbij wordt enige afstand tot de perceelsgrens aangehouden.

Zonnepanelen

Het type zonnepanelen is momenteel nog onbekend. Dit zal te zijner tijd op het moment van realisatie nader bepaald worden

2.3 Landschappelijke inpassing

Als onderdeel van het planvoornemen is een landschappelijk inpassingsplan 'Zonneweide Schinveld (Lola, d.d. 27 september 2018) opgesteld. Dit inpassingsplan is als Bijlage 1 bijgevoegd. Uitgangspunt voor de landschappelijk inpassing is om de zonnepanelen zodanig in het groen in te passen dat er een groen wandelgebied ontstaat. Verder is bij de landschappelijke inpassing nadrukkelijk de beoogde geluidswal betrokken.

De landschappelijk inpassing bestaat uit de volgende elementen c.q. onderdelen:

  • De zonneweide zelf.
  • Een wal van 2.0 meter hoog en ongeveer 450 meter lang aan de zijde van de N274. Deze wal vermindert de geluidsoverlast van de N274 en onttrekt de zonneweide aan het zicht vanaf de provinciale weg.
  • Een publieke boomgaard/pluktuin aan de zijde van de Jabeekerstraat.
  • Een wandelrondje langs de weide, boomgaard en over de wal.
  • De aanplant van bossage en struiken rondom de zonneweide waar mogelijk.
  • Het verbeteren van de biodiversiteit door middel van een bloemrijke wal en zonneweide, drachtbomen en struiken die goed zijn voor bijen/insecten.


afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0013.png"  
Landschappelijke inpassing  

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0014.png"  
Doorsnede wal Langs de N274  

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0015.png"  
Detailering pluktuin  

De pluktuin wordt ingericht als een boomgaard met onderbegroeiing in combinatie met een picknick plek en enkele speelelementen. Er is een grote afname van het aantal insecten maar door de aanleg van de zonneweide en pluktuin wordt de biodiversiteit verbeterd. De verbetering wordt voorzien door:

  • Het aanplanten van bloeiende kruidenrijke vegetatie op de wal en tussen de zonnepanelen.
  • Het maaibeleid van de berm/wal beperken tot 1x per jaar.
  • De fruitbomen in boomgaard aan te planten als drachtbomen voor bijen en vlinders.
  • Nieuw aan te planten struiken en bomen bij voorkeur als drachtstruiken en drachtbomen.

In het landschappelijk inpassingsplan zijn voor de beeldvorming referentiebeelden gegeven van de wal en zonneweide en boomgaard c.q. pluktuin. Tevens zijn mogelijk soorten voor de bloemrijke berm en zonneweide alsmede en mogelijk bomen en heesters voor de randen van de zonneweide (bij nieuwe aanplant) inzichtelijk gemaakt.

Door de beoogde landschappelijke inpassing krijgt het huidige agrarische perceel een groen karakter waarbinnen de zonnepanelen worden geïntegreerd. Er ontstaat hierdoor een samenhangend en eenduidig geheel.

2.4 Verkeer en parkeren

Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van verkeer en parkeren gekeken naar verschillende beleids- en toetsingskaders, namelijk:

  • CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek). Het CROW is een nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Een stichting die zich bezighoudt met kennisvergaring en kennisverspreiding voor mensen, organisaties, partijen en overheden die zich bezighouden met de openbare ruimte.
  • ASVV; de ASVV is een door het CROW uitgebracht boek met aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom. Het bevat aanbevelingen op alle mogelijke terreinen betreffende wegen binnen de bebouwde kom vanaf planvoorbereiding tot en met onderhoud, zoals dwarsprofielen, parkeervoorzieningen, verkeerdrempels, etc..
  • Publicatie CROW 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (oktober 2012). Deze publicatie geeft tijdig inzicht in de verwachte hoeveelheid gemotoriseerd verkeer en het benodigde aantal parkeerplaatsen zodat deze tijdig kunnen worden meegenomen in het ruimtelijk-ordeningsproces. Op deze wijze kan tevens een zorgvuldige afweging worden gemaakt.
  • IVVP (Integraal verkeers- en vervoersplan 2008): gemeentelijk beleid ten opzichte van verkeers- en vervoersontwikkelingen;
  • Op lokale situaties gerichte verkeersplannen.

 

De ontsluiting van het projectgebied zal plaats vinden vanaf de Jabeekerstraat. De zonneweide is toegankelijk via een pad door de boomgaard/pluktuin.

Het projectgebied hoeft alleen maar bereikbaar te zijn voor bestemmingsverkeer dat ter plaatse dient te zijn ten behoeve van het beheer van de zonneweide (evt. reparatie zonnepanelen, onderhoud groen). Dit zal naar verwachting 1 motorvoertuig per maand zijn. Dit is vergelijkbaar met de huidige situatie voor het bewerken van het agrarische perceel. Het planvoornemen leidt daarmee nauwelijks of zelfs niet tot extra verkeersbewegingen. Als gevolg hiervan zal het planvoornemen evenmin leiden tot een parkeerbehoefte, er worden dan ook geen parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarbij kan ten alle tijden geparkeerd worden ter plaatse van de parkeerplaatsen aan de Jabeekerstraat. Dit ten behoeve van structureel beheer, denk hierbij aan servicemonteurs voor de zonnepanelen of hoveniersbedrijven voor de groenvoorzieningen.

De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de ontwikkeling.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Inleiding

Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. Hierna worden in het kort de voornaamste zaken uit het voor het projectgebied relevante nationale en provinciale beleid weergegeven, aangevuld met het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Onderbanken.

3.2 Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze nieuwe structuurvisie vervangt onder andere de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit.


De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) speelt in op de volgende ontwikkelingen en uitdagingen:

  • de veranderende behoefte aan wonen en werken;
  • de mobiliteit van personen;
  • economische positie tussen de tien meest concurrerende landen vasthouden voornamelijk in de sectoren logistiek, water, hightech, creatieve industrie, chemie en voedsel en tuinbouw;
  • de bijzondere waarden (compacte steden omringd door open en natuurrijk landelijk gebied, cultuurhistorie en natuur) koesteren en versterken;
  • waterveiligheid en beschikbaarheid van voldoende zoetwater in verband met de klimaatverandering en stedelijke ontwikkeling;
  • aandeel duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie moet worden vergroot;
  • deregulering.

De provincies en gemeenten zullen afspraken maken over verstedelijking, groene ruimte en landschap. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Het Rijk verbindt ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit en zet de gebruikers centraal. Het zijn bewoners, ondernemers, reizigers en verladers die Nederland sterk maken. Provincies en gemeenten krijgen de ruimte zelf maatwerk te leveren. Zo werkt het Rijk aan een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland.

Het Rijk benoemt 13 nationale belangen; hiervoor is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Deze belangen zijn gelijkwaardig aan elkaar en beïnvloeden elkaar onderling. In de SVIR is een eerste integrale afweging gemaakt van deze belangen. Dit heeft als gevolg dat het Rijk in gebieden of projecten een gebieds- of projectspecifieke afweging zal maken. Indien nodig maakt het Rijk duidelijk welke nationale belangen voorgaan.

Betekenis voor het projectgebied
De aanleg van de zonneweide draagt bij aan de vergroting van het aandeel duurzame energiebronnen, in dit geval zonne-energie. Er wordt daarmee ingespeeld op één van de ontwikkelingen/uitdagingen uit de SVIR.
Verder zijn er geen onderwerpen uit de SVIR die van toepassing zijn. Het ruimtelijke Rijksbeleid verzet zich zodoende niet tegen de ontwikkeling van de zonneweide op deze locatie, maar draagt qua duurzame energie juist bij.

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De SVIR (zie paragraaf 3.2.1) bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Met het Barro geeft het Rijk algemene regels voor bestemmingsplannen. Doel van dit Besluit is bepaalde onderwerpen uit de SVIR te verwezenlijken.

De algemene regels in het Barro hebben vooral een conserverend/beschermend karakter waardoor geformuleerde nationale belangen niet belemmerd worden door ontwikkelingen die middels bestemmingsplannen mogelijk worden gemaakt.

De kern Schinveld ligt voor een gedeelte binnen de invliegfunnel van vliegbasis Geilenkirchen (Duitsland). Binnen deze invliegfunnel dient rekening gehouden te worden met een maximale bouwhoogte. Het projectgebied is verder niet gelegen binnen deze invliegfunnel.

Betekenis voor het projectgebied
In het Barro worden aan de ontwikkeling van dit project geen regels gesteld. Het projectgebied is niet gelegen binnen de invliegfunnel van vliegbasis Geilenkirchen (Duitsland). De regels van de Barro zijn daarmee niet van toepassing op het planvoornemen.

Het ruimtelijke Rijksbeleid verzet zich niet tegen de ontwikkeling van de zonneweide op deze locatie.

3.2.3 Energieakkoord voor duurzame groei

In het Energieakkoord (2013) is de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid. Het energieakkoord biedt een langetermijnperspectief met afspraken op de korte- en middellange termijn. Hiervoor zijn de volgende doelen geformuleerd:

  • een besparing van energieverbruik met gemiddeld 1,5%;
  • 100 PetaJoule energiebesparing per 2020;
  • een toename van het aandeel duurzame energie naar 14% van het totale jaarverbruik in Nederland in 2020 met een doorgroei naar 16% in 2023;
  • het creëren van ten minste 15.000 voltijdsbanen binnen de duurzame energiesector.

 

Deze doelen zijn verder uitgewerkt in verschillende pijlers. Voor de ontwikkeling van de zonneweide zijn vooral pijler 2 ‘Opschalen hernieuwbare energieopwekking' en pijler 3 ‘Stimuleren van decentrale duurzame energie (DDE)’ van belang. In het energieakkoord wordt uitgegaan van een opwekking van 186 PJ (PetaJoule) energie uit hernieuwbare energiebronnen. Om te komen tot deze energieopwekking zijn alle vormen van energieopwekking nodig: wind, biomassa en zon.

 

Betekenis voor het projectgebied

Momenteel bedraagt het aandeel zonne-energie minder dan 1% van de totale energievraag. De toekomstige zonneweide levert daarom een belangrijke bijdrage aan de doelstelling van het Rijk om te komen tot een aandeel van 16% van duurzaam opgewekte energie in het totale Nederlandse energieverbruik in 2023. Het project past zodoende in het energiebeleid van het Rijk zoals dat is neergelegd in het Energieakkoord.

3.2.4 Natura 2000

Natura 2000 is een Europees netwerk van natuurgebieden met als doel het ontwikkelen en in stand houden van soorten en ecosystemen die belangrijk zijn voor Europa. Deze gebieden zijn aangewezen op basis van de Wet Natuurbescherming. Het beleid houdt echter niet bij de landsgrenzen op, dieren en planten trekken zich immers niets aan van landsgrenzen.

De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning. Indien eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een activiteit waarvoor tevens een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is vereist, dan haakt de natuurtoets aan bij de omgevingsvergunning.

Betekenis voor het projectgebied

Op een afstand van circa 4 kilometer is het Natura 2000-gebied “Brunssumerheide” gelegen. Vanwege deze grote afstand en de aard van de activiteiten is het niet te verwachten dat het planvoornemen een negatief effect op de natuurwaarden in dit gebied zal hebben. Het planvoornemen heeft juist een positief effect op de natuur omdat de uitstoot van CO2 met 745 ton per jaar wordt gereduceerd.

3.3 Provinciaal beleid

3.3.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014

Op 12 december 2014 is door Provinciale Staten van Limburg het Provinciaal OmgevingsPlan 2014 (POL2014) vastgesteld. Het POL2014 is per 16 januari 2015 in werking getreden. Het POL2014 heeft vier wettelijke functies: structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), provinciaal milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), regionaal waterplan (Waterwet), Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer).

In het POL2014 komen alleen die zaken aan bod, die er op provinciaal niveau echt toe doen en die vragen om regionale oplossingen. Dat sluit aan bij onze basisfilosofie en ook bij aanpak van de rijksoverheid die zich beperkt tot een 13-tal nationale ruimtelijke belangen. Zo veel mogelijk ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en andere partners die met hun lokale kennis prima maatwerk kunnen leveren.

In het POL2014 staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, het versnellen van de energietransitie, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering.

De belangrijke principes in het Limburgs omgevingsbeleid zijn:

  • 1. Kwaliteit staat centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto 'meer stad, meer land', het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen.
  • 2. En uitnodigen staat centraal. Dat gaat meer over de manier waarop we samen met onze partners dat voortreffelijke leef- en vestigingsklimaat willen realiseren. Met instrumenten op maat en ruimte om te experimenteren. De provincie wil hierbij selectief zijn: het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen.

De grote variatie in omgevingskwaliteiten is een kenmerk en sterk punt van Limburg. Om daaraan recht te doen, onderscheiden we in dit POL2014 zeven globaal afgebakende gebiedstypen. Dit zijn zones met elk een eigen karakter, herkenbare eigen kernkwaliteiten, en met heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden.

Duurzame energieopwekking in het POL 2014

Het POL2014 erkent dat Nederland in Europees verband achterloopt op het gebied van duurzame energiebronnen, terwijl daar juist innovatie mogelijkheden liggen. De ambitie om deze achterstand in te lopen is groot, het is dan ook een nadrukkelijk vraagstuk in het POL2014.

Energietransitie is een actueel thema waarbij in een rap tempo ingezet moet worden op hernieuwbare energieopwekking om in de toekomst te kunnen voorzien in schone, betrouwbare en betaalbare energie voor de inwoners. De energietransitie is een ruimtelijk vraagstuk waarbij in de regionale ruimtelijke visie over energie rekening gehouden moet worden met bijvoorbeeld landschappelijke inpassing.

In de POL2014 wordt erkent dat zonneparken steeds dichterbij komen door de voorgestelde salderingsregeling uit het Energieakkoord. De provincie Limburg zal hierdoor ontwikkelingen van businessmodellen en proefprojecten van zonneparken ondersteunen, afhankelijk van de uitkomst zal zij bepalen of zij daarin een rol moet nemen. De provincie Limburg acht het van belang dat er bij zonneparken primair ingezet wordt op multifunctioneel ruimtegebruik.

De provincie Limburg wil bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit, dit doet zij door het stimuleren van vormen van duurzame energie met betrokkenheid van bewoners.

Projectgebied

In het POL2014 is het projectgebied grotendeels gelegen binnen het buitengebied en voor een klein deel gelegen binnen de bronsgroene landschapszone. Tevens is het westelijke deel gelegen binnen het Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid Limburg.

Het buitengebied omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en cluster van bebouwing.

In de bronsgroene landschapszone zijn Perspectief 2 POG en 3 Ruimte voor veerkrachtige watersystemen samengebracht. Deze zone omvat de beekdalen én gebieden met steilere hellingen met een grote variatie aan functies, die in hoge mate bepalend voor het beeld van het Limburgs landschap zijn. De accenten liggen op de kwaliteit en het functioneren van het regionaal watersysteem, de ontwikkeling van landbouw in balans met de omgeving, het versterken van de kernkwaliteiten van het landschap en de cultuurhistorie en recreatief medegebruik.

De planologische basisbescherming voor de bronsgroene landschapszone betreft de ja-mits bescherming. Ontwikkelingen binnen het voor deze gebieden geldende beleid zijn mogelijk, mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden. Feitelijk gold een vergelijkbare bescherming voorheen ook al in de vorm van de ontwikkelingsgerichte basisbescherming. Transformaties en gebiedsontwikkelingen in deze gebieden bieden in de visie van de provincie de nodige kansen voor combinatie van natuur en economie.

Bij verlies van natuurwaarden in de bronsgroene landschapszone is compensatie aan de orde.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0016.png"  
Uitsnede POL 2014 (zwart omcirkelt het globale projectgebied)  

 

Daarnaast grenst het projectgebied aan de N274, hiervoor is een reserveringszone aangewezen wat betekent dat ontwikkelingen naast deze N274 rekening moeten houden met de provinciale weg en eventuele toekomstige wijzigingen. Aangezien de reconstructie van de N274 al gaande is en het projectgebied aansluit op de reconstructie van de N274, dient er geen rekening gehouden te worden met deze reserveringszone.

Verder ligt het projectgebied in een uitsluitingsgebied voor windturbines maar het planvoornemen voorziet niet in de aanleg van windturbines, waardoor dit geen belemmering is.

Betekenis voor het projectgebied

Het planvoornemen ligt op een kavel die een volledige 'Agrarische' bestemming heeft en zodanig in gebruik is. Binnen het projectgebied zijn geen natuurwaarden en kernkwaliteiten aanwezig.

Het projectgebied ligt in het buitengebied en er is voor een deel reeds sprake van verstoring van de bronsgroene zone door de reconstructie van de N274, maar dit valt buiten dit planvoornemen. Verder is in het landschap binnen het projectgebied de bronsgroene landschapszone niet als zodanig herkenbaar, omdat het projectgebied nu agrarisch gebruik wordt.

De aanleg van een zonneweide past juist binnen het POL2014 omdat daarin de ambitie is benoemd om de achterstand in duurzame energieopwekking in te halen. Specifiek wordt benoemd dat de provincie Limburg graag ondersteuning biedt aan businessmodellen en proefprojecten van zonneparken. Bij de realisatie van zonneparken dient er wel primair ingezet te worden op multifunctioneel ruimtegebruik. In het planvoornemen wordt hiermee rekening gehouden doordat er (eventueel) wandelpaden worden aangelegd voor bewoners uit de kern Schinveld. Verder is onderzocht in hoeverre de zonnepanelen als afscherming kunnen fungeren voor het geluid van de N274 ten opzichte van de woningen in de kern Schinveld. Er wordt daarmee invulling gegeven aan multifunctioneel ruimtegebruik. Echter op basis van het akoestisch onderzoek (zie paragraaf 4.2.5) is er, in overleg met de omwonenden, uiteindelijk voor gekozen om een geluidswal aan de zijde van de N274 aan te leggen.

3.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2014

De omgevingsverordening Limburg is gelijktijdig met het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 op 12 december 2014 vastgesteld en op 16 januari 2015 inwerking getreden. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk 'Ruimte', waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd.

De 'oude' Omgevingsverordening Limburg was een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. Deze Omgevingsverordening Limburg is op 1 januari 2011 in werking getreden. In 2014 is de Omgevingsverordening opnieuw gewijzigd, vanwege de vaststelling van POL 2014, waarin is bepaald dat er een nieuw hoofdstuk 'Ruimte' aan de Omgevingsverordening wordt toegevoegd. Dat hoofdstuk 'Ruimte' is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van POL 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen.

Op basis van de omgevingsverordening maakt de locatie deel uit van:

  • Duurzame verstedelijking en bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 - landelijk gebied
  • Beschermingszones natuur en landschap - Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg; Bronsgroene landschapszone;
  • Uitsluitingsgebieden windturbines;
  • Milieubeschermingsgebieden - Boringsvrije zone Roerdalslenk IV;
  • Normering regionale wateroverlast - Normering 1:25;
  • Grondwaterbeschermingsgebied;
  • Rioolplichtontheffing.

Duurzame verstedelijking en bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 - Bebouwd gebied
Duurzame verstedelijking zet sterk in op het zoveel mogelijk concentreren van nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied. Het gaat daarbij om bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening , bedrijvigheid, detailhandel of horeca en de daarbij behorende openbare en of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”. Het woonbeleid zet zich sterk in op het zoveel mogelijk concentreren van nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0017.png"  
Uitsnede Geconsolideerde versie Omgevingsverordening 2014 (zwart omcirkelt het globale projectgebied)  

Milieubescherming - Boringsvrije zone Roerdalslenk IV

Voor het planvoornemen is de Boringsvrije zone Roerdalslenk IV van toepassing. Het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodem-energiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 20 meter beneden het maaiveld in zone I, 30 meter in zone II of 80 meter in zone III tot aan de Bovenste Brunssumklei en ieder voornemen in zone IV, wordt vier weken tevoren schriftelijk gemeld aan gedeputeerde staten.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0018.png"  
Uitsnede Geconsolideerde versie Omgevingsverordening 2014 (zwart omcirkelt het globale projectgebied)  

Duurzame energieopwekking in de Omgevingsverordening 2014
De Provincie Limburg stimuleert de opwekking van hernieuwbare energiebronnen omdat deze een bijdrage leveren aan een schone, betaalbare en leveringszekere energievoorziening. De opgave om in 2020 14% van het energieverbruik via duurzame bronnen op te wekken moet concreter gemaakt worden in regionale energievisies. Hierdoor zijn er al concrete afspraken gemaakt tussen het IPO en het Rijk ten aanzien van wind-energie, echter zonne-energie wordt niet concreet benoemt in de omgevingsverordening 2014.

Betekenis voor het projectgebied

Doordat er geen bestaande natuur moet wijken, vindt er geen inbreuk plaats op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg en de bronsgroene landschapszone.

Er wordt niet voorzien in een windturbine of boorput. Ingrepen in de bodem vinden niet plaats, waardoor het planvoornemen geen consequenties heeft voor de Roerdalslenk of het grondwaterbeschermingsgebied.

Er zijn derhalve voor het planvoornemen geen belemmeringen. Geconcludeerd wordt dat de Omgevingsverordening Limburg 2014 geen beperkingen oplegt aan de realisatie c.q. uitvoering van het planvoornemen.

Het planvoornemen past juist binnen de omgevingsverordening 2014, omdat de Provincie Limburg de opwekking van hernieuwbare energiebronnen stimuleert. Het planvoornemen voorziet in de bijdrage om in 2020 14% van het energieverbruik via duurzame bronnen op te wekken.

Over het planvoornemen heeft informeel contact plaats gevonden tussen de Provincie Limburg en de gemeente Onderbanken. Hierbij zijn geen bezwaren benoemt ten aanzien van de realisatie van een zonneweide binnen het Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Wel dient er rekening gehouden te worden met de landschappelijke inpassing, maar hier wordt met het planvoornemen voldoende rekening mee gehouden (zie paragraaf 2.3).

3.4 Regionaal beleid

3.4.1 Intergemeentelijke structuurvisie Parkstad Limburg

De intergemeentelijke structuurvisie Parkstad Limburg 'Ruimte voor park & stad' beoogt de missie van Parkstad Limburg te verwezenlijken, namelijk: het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit. De intergemeentelijke structuurvisie biedt hiervoor een inspiratiebron, maar ook een ruimtelijk planologisch kader waarbinnen ontwikkelingen plaats kunnen vinden. De doelstelling komt tot uitdrukking in twee lijnen die als rode draad door de visie lopen: de ontwikkelingslijn en de beheer- en sturingslijn. Beide lijnen hebben een gezamenlijk startpunt in pijlers en de daarop gebaseerde 'Visie 2030'. Daarna splitsen deze lijnen zich in de ontwikkelingskaart en de beheer- en sturingskaart.

De ontwikkelingslijn bevat strategieën, ambities en ontwikkelafspraken om onder de vlag van de regio tot ruimtelijke-economische ontwikkelingen te komen. Ontwikkelingen die belangrijk zijn voor de groei en ontplooiing van de regio als één geheel. De ontwikkelingslijn is gericht op het realiseren van projecten en programma's op een aangewezen plaats: de wie-, wat- en waar-vragen.

De beheer- en sturingslijn bevat de ruimtelijke planologische kaders die de basiskwaliteiten van Parkstad Limburg moeten beschermen, die bovengenoemde ontwikkelingen ondersteunen en daarvoor de ruimtelijke spelregels geeft. De beheer- en sturingslijn biedt de kaders en voorwaarden voor de ontwikkelingslijn: de hoe-vragen en onder welke voorwaarden. Op de ontwikkelingskaart maakt de gemeente Onderbanken onderdeel uit van de Noordflank en Oostflank.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0019.png"  
Intergemeentelijke Structuurvisie Parkstad Limburg (ontwikkelingskaart) (projectgebied zwart omcirkelt)  

Op de ontwikkelingskaart is het projectgebied aangeduid als landschap en voor een klein gedeelte als beekdalen.

Energie als Fundament

Energie als (cultuurhistorisch) fundament, als verbeelding van economische kansen voor de toekomst, en als beeldspraak voor een regio met een historische en huidige hoge economische dynamiek. Parkstad Limburg omvat de voormalige Oostelijke Mijnstreek en is hierdoor onlosmakelijk verbonden met de historie, de cultuur en de mentaliteit en identiteit van de mijnbouw. De mijnen leverden letterlijk energie in de vorm van steenkool. De regio kwam dankzij die fossiele energie tot grote (economische) bloei. Dat verleden biedt aanknopingspunten voor de toekomst: van oude naar nieuwe energie. Bijvoorbeeld in de vorm van wind en zonne-energie, of aardwarmte als het mijnwaterproject. Er zijn opnieuw mogelijkheden voor interessante productieketens in de energiesector

Betekenis voor het projectgebied

Het aanleggen van een zonneweide past binnen de Structuurvisie Parkstad Limburg omdat daarin specifiek aandacht besteedt is aan nieuwe energie in de vorm van zonne-energie. Het aanleggen van de zonneweide is hier een prima voorbeeld van en geeft daarmee concreet invulling aan interessante productieketens in de energiesector (zie paragraaf 3.4.2.)

3.4.2 Parkstad Limburg Energietransitie (PALET 3.0)

De Stadsregio Parkstad Limburg en de acht Parkstadgemeenten zijn al een aantal jaren samen hard aan de slag om de noodzakelijke energietransitie in deze regio van de grond te krijgen en aan te jagen. Een heel belangrijk moment in dit nog prille proces vond medio 2015 plaats in acht gemeenteraadszalen. In die periode hebben de raden van de acht Parkstadgemeenten namelijk unaniem twee documenten vastgesteld die vanaf dat moment kaderstellend zijn voor deze energietransitie, namelijk PALET 1.0 en PALET 2.0. Hierin is de ambitie geformuleerd om in 2040 een energie neutrale regio/gemeente te zijn.

PALET 1.0 en 2.0 vormen de fundamenten voor het uitvoeringsprogramma PALET 3.0, dat op 7 juli 2016 door de gemeente raad van Onderbanken is vastgesteld. In dit document zijn diverse maatregelen opgenomen om de gestelde duurzaamheidsdoelen te bereiken waaronder het realiseren van zonneweiden.

Kansen voor duurzame energie opwekking
In PALET 1.0 en 2.0 is inzichtelijk gemaakt of duurzame energieopwekking mogelijk is en zo ja op welke plekken dat op een verantwoorde wijze zou kunnen. Uitgaande van het integrale, ruimtelijk realistische scenario, heeft de gemeente Onderbanken een behoorlijke potentie voor duurzame energieopwekking. Het grootste deel van deze potentie wordt bepaald door zonne-energie en warmte-koude opslag. Maar er zijn ook kansen voor biomassa, die worden bepaald door de in Onderbanken aanwezige afval- en reststromen. Voor windenergie geldt dat er een zekere technische potentie aanwezig is, maar vooralsnog is de plaatsing van grote windturbines in het Nationaal Landschap Zuid-Limburg, waartoe Onderbanken behoort, in het integrale scenario uitgesloten. De figuur hierna toont de precieze opwekkingsmogelijkheden per techniek, uitgedrukt in energetische opbrengst (TJ). Uitgaande van het integraal scenario, kan de resterende energievraag (na energiebesparing) worden ingevuld door 596 TJ aan duurzame energieopwekking.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0020.png"  
Potentiële opwekking duurzame energie gemeente Onderbanken  

In de periode tot 2040 kan het huidige energiegebruik fors worden verminderd: van 670 TJ naar 473 TJ per jaar. Uitgaande van het integraal scenario, kan deze resterende energievraag worden ingevuld door 596 TJ aan duurzame energieopwekking. Duurzame technologieën zoals zonnepanelen zijn namelijk veel efficiënter dan de energieopwekking in elektriciteitscentrales, waarbij in de omzetting van fossiele brandstoffen naar elektriciteit veel energie verloren gaat. Duurzame energie levert ongeveer 20 tot 35% meer rendement dan fossiele energie. Derhalve is Onderbanken in staat om in 2040 op een duurzame wijze in haar eigen energiebehoefte te voorzien en bovendien een extra bijdrage te leveren aan de regionale energievoorziening.

Zon

Uit de energiepotentiestudie voor de gemeente Onderbanken, blijkt dat in de gemeente een behoorlijke potentie is voor duurzame energieopwekking. Het grootste deel van de potentie wordt bepaald door zonne-energie en warmte-koude opslag. Het totaal aan potentiële opwekking bedraagt voor zonne-energie 353 TJ. De helft hiervan wordt bepaald door de potenties voor zonnepanelen (zowel op daken, infrastructuur als grondgebonden installaties).

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0021.png"  
Uitsnede energiepotentiekaart zonne-energie integraal scenario, (blauw omcirkelt het projectgebied)  

De potentie voor zonne-energie wordt niet alleen bepaald door zonnepanelen of zonnecollectoren op daken, maar ook door kansen voor grootschalige grondgebonden zonneweiden. Niet ieder dak is (even) geschikt voor zonne-energie. Niet iedereen heeft een eigen en/of geschikt dak. Niet iedereen wil panelen op het eigen dak. De oplossing hiervoor kan gevonden worden in de aanleg van grootschalige zonneweiden.

Speerpunten

De gemeente Onderbanken stelt zich tot doel om samen met initiatiefnemers zonneweiden te realiseren. De energie die wordt opgewekt moet ten goede komen aan de (directe) omgeving/omwonenden. Initiatiefnemers kunnen bedrijven zijn, maar ook betrokken inwoners die een energiecoöperatie willen vormen. De gemeente zal de benodigde gronden moeten zoeken en inbrengen. Draagvlak van omwonenden is hierbij van groot belang.

Zijn er te weinig gronden geschikt, dan kan uiteraard ook gezocht worden naar medewerking van andere grondeigenaren met braakliggende percelen.

Zonneweiden

De gemeente Onderbanken spant zich in om in 2016-2020 in totaal 6 hectare aan zonneweiden te realiseren. Er worden gronden gezocht die in potentie geschikt zijn. Er moeten initiatiefnemers worden gezocht die een zonneweiden kunnen realiseren en die in de benodigde investeringen kunnen voorzien. Er moet draagvlak en afnemers voor de energie worden gezocht in de (directe) omgeving en/of onder de inwoners. Een goede communicatiestrategie is hierbij noodzakelijk. De ambitie van 6,7 hectare aan zonneweiden á 1,35 miljoen kWh ofwel 4,86 TJ levert in totaal 32,3 TJ op aan duurzame energieopwekking.

Betekenis voor het projectgebied

Het planvoornemen past perfect binnen het PALET 3.0, de gemeente Onderbanken heeft namelijk veel potentie voor zonne-energie, een zonneweide past hier dan ook perfect in. Het planvoornemen valt binnen het gebied agrarische gronden die veel potentie hebben voor zonne-energie. De aanleg van een zonneweide in de gemeente Onderbanken zoals met het planvoornemen wordt beoogd, geeft concreet invulling aan de wens om in 2040 energieneutraal te zijn.

In onderhavig planvoornemen zal alleen de gemeente zelf de zonneweide realiseren en exploiteren. Wel heeft nadrukkelijk en intensief overleg plaats gevonden met de directe omwonenden. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in de beoogde inrichting met geluidswal en landschappelijke inpassing. Hiermee wordt een gedeelte van de verwachte opbrengst van de zonneweide in het gebied terug geïnvesteerd.

3.5 Gemeentelijk beleid

3.5.1 Toekomstvisie 2020 'Onderbanken verleidt' (2009)

De koersbepalende Toekomstvisie 2020 'Onderbanken verleidt' (2009) is tot stand gekomen in een interactief proces tussen raad, inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, college en ambtelijke organisatie. In dat proces is met behulp van veertien toekomstbeelden geprobeerd een antwoord te geven op de vraag wat voor lokale samenleving Onderbanken in pakweg 2020 wil zijn. Hoe ziet Onderbanken er dan uit en welke strategische koers moet de gemeente samen met haar maatschappelijke partners volgen om die toekomstvisie te realiseren. Welke maatschappelijke en bestuurlijke vraagstukken moeten daarvoor worden opgepakt? Strategische opgaven als gevolg van maatschappelijke trends en ontwikkelingen op het gebied van woningmarkt en woonomgeving, van natuurbehoud en –ontwikkeling, van verkeer, van bereikbaarheid, van AWACS-overlast, van zorg en van jeugd en jongeren, van basisonderwijs, van bewegen en sport, van kunst en cultuur (historie), van veiligheid, van dienstverlening, van recreatie, van winkelvoorzieningen, van agrarische bedrijvigheid en van economische structuurversterking.

In 2020 kent Onderbanken een woningbestand dat voldoet aan de vraag en aansluit op de demografische ontwikkelingen. Groene vingers en blauwe aders brengen de natuur tot in de kernen en de kerngebieden zijn authentiek ingericht. De geluidsoverlast behoort tot het verleden en de vier kernen van Onderbanken zijn geliefde magneetjes waar mensen graag wonen en leven.

In de loop van de jaren werden woningen steeds energiezuiniger. Stijging van de energieprijzen heeft aanwending van alternatieve energiebronnen zoals collectoren en warmtewisselaars gestimuleerd

De natuur in het buitengebied heeft zich verder ontwikkeld. Het natuurpark Roode beek/Rodebach maakt deel uit van het gemeente- en landsgrensoverschrijdende Heidenatuurpark dat een boog vormt tussen de verstedelijkte gebieden Sittard-Geleen en Heerlen. Het glooiend landschap tussen de vier kernen is zodanig heringericht dat het zijn oorspronkelijke intimiteit en karakteristiek heeft herwonnen.

Van de recreatieve voorzieningen in de kernen en in het buitengebied wordt op ruime schaal gebruik gemaakt. Voor velen is het aantrekkelijk te recreëren in een verkeersluwe en afwisselende natuuromgeving. In die omgeving zijn op een creatieve manier combinaties gelegd tussen natuur en kunst en zijn cultuurhistorische elementen opnieuw tot leven geroepen. Ondernemend Onderbanken speelt met een gevarieerd aanbod in op de geschetste ontwikkelingen.

Strategie

Om haar toekomstvisie te bereiken zal Onderbanken het komend decennium nog meer dan tot nu toe de strategie van het verleiden moeten toepassen. Kern van deze strategie is mensen en organisaties op basis van vrijwilligheid overhalen om mee te doen, om samen te werken, om (ook financieel) te investeren in maatschappelijke opgaven, om samen maatschappelijke problemen aan te pakken en om samen strategische opgaven uit te voeren.

Betekenis voor het projectgebied

Het planvoornemen voorziet in het aanleggen van een zonneweide binnen een agrarische bestemming. In de visie wordt de stijgende vraag naar alternatieve energiebronnen zoals zonnepanelen aangesneden. Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat het planvoornemen niet in strijd is met de uitgangspunten van de strategische visie.

Hoofdstuk 4 Milieuhygiënische en sectorale aspecten

4.1 Inleiding

Milieubeleid wordt steeds meer geïncorporeerd in andere beleidsvelden. Verbreding van milieubeleid naar andere beleidsterreinen is dan ook een belangrijk uitgangspunt. Ook in de ruimtelijke planvorming is structureel aandacht voor milieudoelstellingen nodig. De milieudoelstellingen worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces meegewogen. Een duurzame ontwikkeling van de gemeente is een belangrijk beleidsuitgangspunt dat zijn doorwerking heeft in meerdere beleidsterreinen.

4.2 Milieu

4.2.1 Bodemkwaliteit

Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, onderzocht moet worden. Om die reden is een vooronderzoek uitgevoerd naar de bodem ter plaatse. (Econsultancy, rapportnummer 6123.001, versie D1, datum 19 februari 2018). Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 2. De conclusies uit dit onderzoek zijn nu volgend weergegeven.

Onderzoek resultaten

Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een omgevingsvergunning voor het oprichten van een zonneweide.

Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de onderzoekslocatie te verwachten.

Op basis van het vooronderzoek en de terreininspectie kan gesteld worden dat er milieuhygiënisch géén belemmeringen bestaan voor de voorgenomen bouwplannen op de onderzoekslocatie.

De onderzoeksresultaten geven géén aanleiding voor verder bodemonderzoek dan wel een bodem-onderzoek op analytische grondslag.

Conclusie

De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.2.2 Archeologische en cultuurhistorische waarden

Archeologie

In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect 'archeologie' in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn als volgt:

  • de archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard;
  • er dient vroeg in het proces van de ruimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect 'archeologie'.

De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente is dus het bevoegde gezag indien het gaat om het toetsen van de archeologische onderzoeken en Programma's van Eisen. De gemeente Onderbanken beschikt, samen met de andere Parkstad Limburg gemeenten, over een archeologische beleidsadvieskaart. Volgens deze kaart ligt het projectgebied in een zone met een voornamelijk hoge archeologische verwachtingswaarde (waardecategorie 2).

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0022.png"  
afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0023.png"  
Uitsnede archeologische verwachtingenkaart met legenda  

Voor de gebieden met een hoge archeologische verwachting (zones in het buitengebied en historische dorpskernen) is het uitgangspunt om het archeologisch erfgoed 'in situ' te bewaren. Daarnaast stelt het beleid in welke gevallen een onderzoeksplicht geldt bij bodemingrepen. Voor een gebied met een hoge archeologische verwachting geldt een onderzoeksplicht wanneer de verstoringsdiepte dieper is dan 40 cm en de oppervlakte van de bodemingreep groter is dan 250 m2.

In dat kader heeft dan ook archeologisch onderzoek (Econsultancy, rapportnummer 6123.002, versie 2.2, laatselijk aangepast op19 september 2018 ) plaatsgevonden. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 3. De conclusies uit dit onderzoek zijn nu volgend weergegeven.

Onderzoek resultaten

Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van fragmenten aardewerk aan het maaiveld, blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het projectgebied aanwezig zijn.

Het projectgebied behoudt daarom de middelhoge tot hoge verwachtingswaarde voor de perioden Neolithicum tot en met Nieuwe tijd, zoals opgesteld in het bureauonderzoek. Op basis van het behoud van een middelhoge tot hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het projectgebied aanwezig zijn. De archeologische resten worden verwacht onder de bouwvoor, vanaf 30 cm –mv.

Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is bij toekomstige bodemverstoringen dieper dan 30 cm –mv vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van proefsleuvenonderzoek. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het projectgebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen.

Indien de toekomstige ingrepen beperkt kunnen blijven tot de bovenste 30 cm -mv, dan wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren.

Conclusie

Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen mits bodemingrepen niet dieper zullen reiken dan 30 cm. Om hieraan te voldoen wordt ten behoeve van de geluidswal de grond alleen maar opgehoogd. Hierdoor is geen sprake van bodemingrepen. Voor het aanplanten van de landschappelijke inpassing wordt er voor gekozen om kleinere bomen te planten dien nog niet zo diep hoeven te worden aangeplant dan wel bomen te kiezen waarvan door de kweker de kluit is gehalveerd, zodat in dat geval niet onder de toegestane diepe wordt gegraven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0024.png"  
Ondersnijden van boomkluit i.v.m. archeologie  

De aanleg van de kabels en leidingen ten behoeve van de zonnepanelen zal wel dieper reiken dan 30 cm., maar het oppervlak hiervan zal wel minder bedragen dan 250 m2.

Door de regioarcheoloog Parkstad is per mail d.d. 28 juni 2018 aangeven hiermee te kunnen instemmen. Het verzoek van de regioarcheoloog is wel om in de vergunning op te nemen dat de regioarcheoloog twee weken voorafgaand aan de werkzaamheden wordt geïnformeerd over de start van de werkzaamheden. Deze voorwaarde is dan ook opgenomen in de omgevingsvergunning.

4.2.3 Ecologie
4.2.3.1 Inleiding

Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op beschermenswaardige natuurwaarden, rekening worden gehouden met de regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming en soortenbescherming.

4.2.3.2 Gebiedsbescherming

De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning. Indien eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een activiteit waarvoor tevens een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is vereist, dan haakt de natuurtoets aan bij de omgevingsvergunning.

Verder moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De regels met betrekking tot het NNN zijn opgenomen in de provinciale verordening. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'.

De belangrijkste beschermingszones zijn Natura 2000-gebieden. Op een afstand van circa 4 kilometer is het Natura 2000-gebied “Brunssumerheide” gelegen. Vanwege deze grote afstand en de aard van de activiteiten is het niet te verwachten dat het planvoornemen een negatief effect op de natuurwaarden in dit gebied zal hebben. Het planvoornemen heeft juist een positief effect op de natuur omdat de uitstoot van CO2 met 745 ton per jaar wordt gereduceerd.

4.2.3.3 Soortenbescherming

De bescherming van dier- en plantensoorten is eveneens in de Wet natuurbescherming geregeld. In deze wet zijn drie beschermingsregimes opgenomen: voor vogels in de zin van de Vogelrichtlijn, voor dier- en plantensoorten uit de Habitatrichtlijn en voor overige soorten. Kort gezegd is het verboden om beschermde diersoorten opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. Hun voortplantings- en rustplaatsen mogen niet (opzettelijk) worden beschadigd of vernield. Verder is het verboden beschermde plantensoorten te vernielen. Onder voorwaarden is ontheffing van de verbodsbepalingen mogelijk. Het bevoegd gezag voor het verlenen van een ontheffing zijn Gedeputeerde Staten van de provincie. Als eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, dan haakt de ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming daarbij aan.

4.2.3.4 Zorgplicht

Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.

Onderzoek resultaten
Om te bepalen of binnen het projectgebied (mogelijk) beschermde soorten voorkomen, is een quickscan flora en fauna (Faunaconsult, 23 januari 2018) uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 4. De conclusies uit dit onderzoek zijn nu volgend weergegeven.

De aanwezigheid van geschikte habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in onderstaande tabel. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningtrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Beschermde soorten die mogelijk een vaste rust- of voortplantingsplaats in het projectgebied hebben. Het beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0025.png"

Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb. Zie Bijlage 4 voor

een verklaring van de beschermingscategorieën en een overzicht van alle verbodsbepalingen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0026.png"

Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën

In het projectgebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud.

 

Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb): deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens het werk worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het projectgebied worden verplaatst.

 

Vogels 

In het projectgebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd.

Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de werkzaamheden buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan.

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het aspect flora en fauna geen belemmering vormt voor de uitvoering van dit planvoornemen.

4.2.4 Externe veiligheid

Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden.

Op basis van de risicokaart kan geconcludeerd worden dat er zich in of nabij het projectgebied één directe risicobron bevind, de provinciale weg. De N274 wordt gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, maar aangezien de aanleg van de zonneweide niet leidt tot het verblijven van meer personen dan bij agrarisch gebruik, vormt externe veiligheid geen belemmering. Tevens zal de reconstructie van de N274 zorgen voor een grotere afstand tot het projectgebied.

Het benzinestation met LPG ten zuiden van het projectgebied bevindt zich op een grotere afstand dan 150 meter en vormt daardoor geen belemmering voor het planvoornemen.

Het planvoornemen zelf voorziet ook niet in het mogelijk maken van een risicobron. Het is dan ook niet noodzakelijk een onderzoek uit te voeren naar externe veiligheid.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0027.png"  
Uitsnede risicokaart (zwart omkaderd het globale projectgebied)  

Conclusie

De N274 wordt gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, maar aangezien de aanleg van de zonneweide niet leidt tot het verblijven van meer personen dan bij agrarisch gebruik, vormt externe veiligheid geen belemmering voor het planvoornemen.

4.2.5 Geluid

Bij nieuwbouwplannen worden de regels van de Wet geluidhinder (Wgh) toegepast. Deze wet heeft betrekking op geluid dat veroorzaakt wordt door wegen, spoorwegen, gezoneerde industrieterreinen en luchthavens. De Wgh bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van voorgenoemde geluidsbronnen. Indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden.

Een zonneweiden produceert geen geluid, er zitten geen draaiende of bewegende delen in het systeem, uitsluitend elektronische componenten. Na zonsondergang schakelt de installatie volledig uit. Het benodigde transformatorhuisje (compact station) wordt gepositioneerd op de grootst mogelijke afstand tot de bebouwde kom.

Desondanks heeft de gemeente Onderbanken een akoestisch onderzoek (Arcadis, 7 september 2018) laten uitvoeren. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 5. Op basis van dit akoestisch onderzoek kan het navolgende geconcludeerd worden:

  • Een zonneweide met oost-west georiënteerde PV-panelen leidt tot een toename van de geluidbelasting vanwege het wegverkeer over de N274, met name ter plaatse van woningen gelegen aan de Leeuwerik, Geelgors, Kievit, Plevier en de Jabeekerstraat ter hoogte van de Kievit. De toename bedraagt ten hoogste 2 dB ter plaatse van de meest westelijk gelegen woningen aan de Leeuwerik. Voor het merendeel van de betreffende woningen met een toename geldt dat de geluidbelasting op dit moment al hoger ligt dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB waardoor de toename als relevant kan worden beschouwd. De gemeente heeft aangegeven deze variant daarom niet te willen toepassen
  • Een zonneweide met zuid georiënteerde PV-panelen leidt niet tot een relevante toename in de geluidbelasting vanwege wegverkeer over de N274. Voor deze variant gelden vanuit akoestisch oogpunt geen negatieve effecten. Door de gemeente is de voorkeur uitgesproken voor deze variant.
  • Voor de zonneweide met zuid georiënteerde panelen leidt de gerealiseerde grondwal langs de N274 tot een verbetering van het akoestische woon- en leefklimaat ter plaatse van nabijgelegen woningen ten opzichte van de situatie zonder zonneweide (huidige situatie). De akoestische reductie loopt als gevolg van de gerealiseerde grondwal op tot maximaal 4 dB bij een hoogte van 2 meter. De minimaal benodigde lengte van de gerealiseerde grondwal bedraagt hierbij 250 meter. De hoogte van de gerealiseerde geluidwal is daarbij afgestemt op de landschappelijke inpassing.

Samenvattend geldt dat het voornemen bestaat om de opstellingsvariant te kiezen die bij de woningen een positief effect op het woon- en leefklimaat heeft. Deze variant wordt gecombineerd met de inmiddels gerealiseerde geluidswal langs de N274 zodat per saldo sprake is van een verbetering van het akoestisch woon- en leefklimaat ten opzichte van de huidige situatie zonder zonneweide en zonder geluidswal. Door een goede landschappelijke inpassing van de wal, wordt een aantrekkelijk recreatie- en wandelgebied gecreëerd langs de zonneweide.

In aanvulling (Arcadis, projectnummer E01041.000119, 19 september 2018) op het uitgevoerde onderzoek zijn de consequenties van de gerealiseerde verlengde en verhoogde geluidswal, respectievelijk aan de zuidzijde en van 1,5 meter naar 2,0 meter inzichtelijk gemaakt. Hieruit blijkt dat bij een walhoogte van 2,0 meter de reductie oploopt tot maximaal circa 5 dB, 4 dB en 3 dB op respectievelijk de begane grond, 1e verdieping en de zolderverdieping. Dit ondanks de noodzakelijke verschuiving van de weg af van ongeveer 8,0 meter.

Conclusie

Vanuit het aspect geluid zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen. Door te kiezen voor een zonneweide met zuid georiënteerd panelen in combinatie met de gerealiseerde verlengde en verhoogde geluidswal langs de N274 vindt er een verbetering van het akoestisch woon- en leefklimaat plaats.

4.2.6 Waterparagraaf

In het kader van de Watertoets moet elk bestemmingsplan een waterparagraaf bevatten, waarin wordt aangegeven hoe in het bestemmingsplan wordt omgegaan met het aspect water. In deze paragraaf is dit beschreven. Voordat wordt ingegaan op de locatie specifieke kenmerken van het projectgebied, is eerst het relevant beleid samengevat.

Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021

Het Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021 is een structuurvisie van de provincie Limburg waarin het nationale waterbeleid verder door vertaald wordt. Het plan bevat enkele specifieke doelen om het watersysteem met het oog op de toekomst te verbeteren, te weten het herstel van de sponswerking, het herstel van natte natuur, schoon water, duurzame watervoorziening en een veilige Maas.

Met deze doelen wordt ingezet op nieuw waterbeheer waarbij functies gebonden aan waterkwaliteit in balans moeten zijn met variaties in de beschikbaarheid en kwaliteit van water. Hierbij wordt ingezet op een grensoverschrijdende stroomgebied benadering middels een integrale brongerichte aanpak. Daarnaast moet er meer ruimte gecreëerd worden voor natuurlijke processen in het watersysteem, moet het solidariteitsprincipe in acht genomen worden en dient water vooraf betrokken te worden bij ruimtelijke ontwikkelingen en afwegingen.

Waterbeheersplan Waterschap 2016-2021

Het Waterbeheersplan 2016-2021 is het centrale beleids- en uitvoeringsplan van het waterschap. In dit document wordt de koers voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg uitgezet. Het waterschap beschrijft hierin:

  • hoe ze het watersysteem en de waterkeringen op orde wil brengen;
  • voor welke thema's ze aan de lat staat en de strategie die ze daarbij kiest;
  • welke maatregelen ze gaat nemen, wie daarbij uitvoeringspartners zijn, hoe de uitvoering wordt gemonitord en hoe zo nodig wordt bijgestuurd.

Gebiedsomschrijving
Het projectgebied is in de huidige situatie geheel onbebouwd en onverhard. Het hemelwater kan hierdoor rechtstreeks in de bodem infiltreren. De omgeving van het projectgebied betreft bestaand bebouwd gebied. Binnen het projectgebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ook zijn er in de nabije omgeving geen greppels en wadi's gelegen. Wel ligt ten zuid-oosten van het projectgebied de 'Rode Beek' (welke door de kern Schinveld loopt) een primaire watergang van het Waterschap Limburg, op een afstand van ca. 750 meter. Binnen het projectgebied is geen sprake van een beschermingszone ten behoeve van watergangen. Tectonisch gezien ligt de onderzoekslocatie in de Roerdalslenk. Deze slenk wordt aan de zuidwestzijde begrensd door de Feldbiss en aan de noordoostzijde door de Peelrandbreuk. Beide breuken zijn noordwest-zuidoost gericht.

Waterhuishoudkundige situatie

Uit de legger van het waterschap Limburg blijkt dat in het projectgebied geen primaire watergangen zijn gelegen. In de omgeving zijn meerdere watergangen aanwezig. Het betreft de Rode Beek en de Einderbeek. De dichtstbijzijnde primaire watergang betreft de Einderbeek op circa 575 meter ten oosten van het projectgebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0881.OMVEGZonneweide-VA01_0028.png"  
Uitsnede legger kaart Waterschap Limburg (zwart omcirkelt het projectgebied)  

Conclusie

In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit landbouwgrond. Bij de beoogde ontwikkeling worden zonnepanelen geplaatst op een constructie. Het regenwater dat op de panelen valt, stroomt af richting de bodem waar het infiltreert. Er is dus geen sprake van een toename aan oppervlakteverharding. Hierdoor verandert de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse niet. Het hemelwater valt via de panelen op de bodem en kan daardoor op dezelfde wijze afgevoerd worden als in de huidige situatie.

4.2.7 Luchtkwaliteit

Sinds 15 november 2007 vormt het aspect luchtkwaliteit uit de Wet milieubeheer de basis voor de besluitvorming in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Op basis van deze Wet luchtkwaliteit gelden milieukwaliteitseisen voor de luchtkwaliteit. Deze kwaliteitseisen zijn middels grenswaarden vastgelegd voor de luchtverontreinigingscomponenten stikstofdioxide (NO2), zwevende deeltjes (PM10 of fijn stof), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb), benzeen (C6H6) en koolmonoxide (CO). De grenswaarden gelden overal in de buitenlucht.

Het planvoornemen voorziet in het aanleggen van een zonneweide. Door het aanleggen van een zonneweide zal het aantal verkeersbewegingen niet of nauwelijks toenemen. Het aantal verkeersbewegingen is vergelijkbaar met de huidige situatie voor het bewerken van het agrarisch perceel (zie paragraaf 2.4). Deze toename is echter zo beperkt, dat dit Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een onderzoek naar de luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk. De zonneweide voorziet in duurzame energie en daarmee in de reductie van 745 ton CO2 per jaar. Hiermee wordt een aanzienlijke bijdrage aan de luchtkwaliteit geleverd.

4.3 Kabels, leidingen en straalpaden

In of nabij het projectgebied lopen geen kabels en leidingen die planologische bescherming behoeven of anderzijds speciale aandacht vereisen. Ook in de wijdere omgeving zijn geen kabels en of leidingen aanwezig. Wel zullen er kabels en leidingen ten behoeve van de zonnepanelen zelf binnen het projectgebied aangelegd worden. Deze kabels en leidingen behoeve geen planologische bescherming.

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid

5.1 Inleiding

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een planvoornemen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

5.2 Economische uitvoerbaarheid

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in artikel 6.2.1 een opsomming gegeven van de bouwplannen die worden beschouwd als bouwplan in de zin van 6.12 Wro, waarvoor een exploitatieplan dient te worden vastgesteld indien het kostenverhaal niet anderszins is geregeld. Een dergelijk exploitatieplan dient gelijktijdig vastgesteld te worden met het ruimtelijk plan of het besluit waarop het betrekking heeft (in dit geval een ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de omgevingsvergunning).

Echter de kosten zijn anderzins verzekerd. De gemeente Onderbanken gaat de zonneweide zelf exploiteren. Hiervoor is een businessplan opgesteld waaruit blijkt dat de zonneweide rendabel is. In de gemeentelijke begroting zijn op basis van dit businessplan de noodzakelijke budgetten gereserveerd voor de aanleg en het beheer van de zonneweide.

5.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het planvoornemen bestaat uit het realiseren van een zonneweide met zonnepanelen. Aangezien in onderhavige ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de kwaliteit ter plaatse en het woon- en leefklimaat van de nabij gelegen woningen in de kern Schinveld, mag worden aangenomen dat het planvoornemen niet leidt tot overwegende planologische bezwaren.

In dat kader heeft er ook een informatieavond (d.d. 16 november 2018) voor de omwonende plaatsgevonden over de aanleg van de zonneweide. Tijdens deze avond zijn door de omwonende de volgende suggesties aangedragen:

  • Het zodanig situeren van de zonnepanelen zodat de woningen afgeschermd worden van het geluid van de N274. In dat kader is een akoestisch onderzoek door de gemeente Onderbanken uitgevoerd (zie paragraaf 4.2.5).
  • Het aanleggen van wandelpaden zodat het projectgebied voor de omwonende toegegankelijk blijft als uitloopmogelijkheid vanuit de kern Schinveld.
  • Het aanbrengen van extra beplanting om de zonneweide verder in te passen.

De mogelijkheden zijn door de gemeente nader onderzocht en verder uitgewerkt ten behoeve van de realisatie van de zonneweide. Dit heeft geresulteerd in de uitwerking van de landschappelijke inpassing (zie paragraaf 2.3) en het uitgevoerde akoestisch onderzoek (zie paragraaf 4.2.5). Onderdeel van de beoogde landschappelijke inpassing is de aanleg van een geluidswal langs de N274.

Tijdens de informatieavond (d.d. 21 juni 2018) is het landschappelijk inpassingsplan en de resultaten van het akoestisch onderzoek teruggekoppeld aan de omwonenden. Dit heeft weer geresulteerd in het doortrekken van de geluidswal in zuidelijk richting en is aanvullend akoestisch onderzoek verricht. Hierdoor is de nodige zorgvuldigheid in acht genomen en sprake van een aanvaardbaar plan voor de omwonenden.

Op 24 september 2018 heeft nog een 3e informatieavond plaatsgevonden. Op deze avond is het definitief plan voorgelegd aan de omwonenden. De akoestische effecten als gevolg van de doortrekking en verhoging van de geluidswal op de aangrezenden woningen zijn gepresenteerd tijdens deze avond. Tevens is op verzoek het voetpad verlegd.

Deze zorgvuldige afstemming met de omwonenden heeft er uiteindelijk toe geleid dat het planvoornemen maatschappelijk uitvoerbaar is. De reeds verleende omgevingsvergunning is derhalve conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kon een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar bezwaar en/of zienswijze indienen. Tegen het planvoornemen zijn geen zienswijzen ingediend.

In het kader van voorliggend planvoornemen en het doorlopen van de uitgebreide procedure heeft verder geen afstemming meer plaatsgevonden met de omgeving omdat het plan verder ongewijzigd is gebleven. Enkel het (opnieuw) doorlopen van de (uitgebreide) procedure voor het deel van de zonneweide is noodzakelijk ten behoeve van het het verkrijgen van de SDE-Subsidie.

5.4 Conclusie

Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. Dat betekent, na een afweging van de verschillende belangen, een aanvaardbare invulling van het projectgebied.

Hoofdstuk 6 Procedure

6.1 De te volgen procedure

6.1.1 Procedure

Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld als onderdeel van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 2 van de Wabo ten behoeve van de realisatie van een zonneweide. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bevat twee procedures voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning, te weten de reguliere en de uitgebreide procedure.

6.1.2 Reguliere procedure

Voor de zonneweide met zonnepanelen is in eerste instantie de reguliere procedure doorlopen. Op 31 oktober 2018 is de vergunning voor de zonneweide met zonnepanelen in combinatie met de landschappelijke inpassing en de aanleg van de geluidwal verleend. Echter voor de aanvraag van de SDE-subsidie is gebleken dat alsnog een uitgebreide procedure dient te worden doorlopen.

6.1.3 Uitgebreide procedure

Op 19 september 2018 zijn de spelregels voor het verkrijgen van een Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) aangepast, waardoor een zonnepark dat gerealiseerd wordt met een kruimelvergunning (reguliere procedure) niet meer subsidiabel is. Het is dus niet (meer) mogelijk om een SDE-subsidie voor een zonnepark te verkrijgen op basis van een kruimelgevallenregeling. De ratio daarachter is dat de Minister een langere termijn dan 10 jaar wenselijke acht voor het verlenen van dit soort projecten. De kruimelgevallenvergunning is echter beperkt tot een looptijd van 10 jaar. Derhalve is voor het realiseren van de zonneweide het doorlopen van de uitgebreide procedure (art. 2.12, eerste lid, sub a onder 3 Wabo) noodzakelijk. De gemeente Onderbanken is verantwoordelijk voor het doorlopen van deze noodzakelijke planologische procedure.

In dat kader dient een nieuw ontwerpbesluit te worden genomen voor uitsluitend het deel van de zonneweide waar de zonnepanelen zijn voorzien. De landschappelijke inpassingen en de aanleg van de geluidswal maken hier geen onderdeel van uit aangezien hiervoor de vergunning is verleend en de geluidswal inmiddels ook al is aangelegd.

6.2 Terinzagelegging ontwerp vergunning

De omgevingsvergunning wordt, inclusief deze ruimtelijke onderbouwing en een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen, conform de uitgebreide procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar zienswijze indienen.

6.3 Verlening vergunning

Het ontwerp-besluit omtrent de aanvraag van de omgevingsvergunning heeft, met bijbehorende stukken, vanaf 6 augustus 2019 tot en met 17 september 2019 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode van zes weken is een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Het college heeft de vergunning op 21 juli 2020 verleend.