direct naar inhoud van Artikel 4 Wonen
Plan: Baneheiderweg naast 52- Baneheide 26
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0965.BP201004BGBahein52-VA01

Artikel 4 Wonen

4.1 Bestemmingsomschrijving
4.1.1 De voor “Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  • a. wonen en de daarbij behorende voorzieningen alsmede voor voorzieningen voor de opvang en infiltratie van hemelwater. De gronden zijn niet bestemd voor seksinrichtingen en/of escortbedrijven.
4.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen:
  • a. de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' zijn mede de desbetreffende bepalingen van deze regel van toepassing.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Op de tot 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
  • a. a. één woning per bouwperceel;
  • b. b. bijgebouwen,

en de daarbij behorende andere bouwwerken, welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande, dat:

  • c. woningen uitsluitend in het bouwvlak mogen worden gebouwd;
  • d. de goothoogte van woningen ten hoogste 6.00 m mag bedragen;
  • e. de (bouw)hoogte van woningen ten hoogste 8.50 m mag bedragen;
  • f. de inhoud van woningen ten hoogste 750 m3 mag bedragen;
  • g. woningen plat of met een kap van ten minste 25° of, wanneer dit minder is, de bestaande dakhelling en ten hoogste 60° zullen worden afgedekt;
  • h. bijgebouwen uitsluitend mogen worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen';
  • i. bouwwerken geen gebouwen zijnde uitsluitend mogen worden opgericht in het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', met uitzondering van erfafscheidingen en bouwwerken geen gebouwen zijnde met een maximaal oppervlakte van 2.50 m²;
  • j. het oppervlak van bijgebouwen en andere bouwwerken geen gebouwen zijnde per woning tezamen ten hoogste 70 m² mag bedragen, met dien verstande, dat ten hoogste 40% ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' bebouwd mag worden;
  • k. de goothoogte van bijgebouwen en de (goot)hoogte van andere bouwwerken geen gebouwen zijnde ten hoogste 3.30 m mag bedragen, met uitzondering van de hoogte van erfafscheidingen, welke voor de naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 1.00 m en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 2.00 m mag bedragen.
4.3 Afwijken van de bouwregels
4.3.1

Burgemeester en Wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

  • a. 4.2, onder d. respectievelijk i. ten behoeve van het toestaan van een grotere maximale inhoud van de woning respectievelijk een groter maximaal oppervlak aan bijgebouwen bij woningen met daarbij bestaande niet als woning of daarbij behorend bijgebouw aan te merken bebouwing, mits:
  • 1. voorafgaand aan de vergroting van de maximale inhoud respectievelijk het maximale oppervlak, bestaande niet als woning of daarbij behorend bijgebouw aan te merken bebouwing op hetzelfde bouwperceel wordt gesloopt ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit;
  • 2. een goede landschappelijke inpassing verzekerd is;
  • 3. aangrenzende waarden en belangen niet onevenredig worden aangetast, met dien verstande, dat:
  • de vergroting van de maximale inhoud van een woning ten hoogste 20% van de inhoud van de te slopen bebouwing mag bedragen;
  • de maximale inhoud van een woning ten hoogste 1.000 m3 mag bedragen;
  • de vergroting van het maximale oppervlak aan bijgebouwen ten hoogste 20% van het oppervlak van de te slopen bebouwing mag bedragen;
  • het maximale oppervlak aan bijgebouwen ten hoogste 120 m² mag bedragen.
  • b. 4.2, onder f. ten behoeve van het oprichten van één aan de voorgevel aangebouwd bijgebouw per woning, mits:
  • 1. het stedenbouwkundig beeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  • 2. het woonmilieu daardoor niet onevenredig wordt aangetast, met dien verstande, dat:
  • de goothoogte ten minste 2.70 m zal en ten hoogste 3.00 m mag bedragen;
  • het oppervlak ten hoogste 5 m² mag bedragen.
  • c. 4.2, onder g. ten behoeve van het oprichten van een aangebouwd bijgebouw aan de zijgevel op gelijke hoogte met de voorgevel, mits:
  • 1. het stedenbouwkundig beeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  • 2. het woonmilieu daardoor niet onevenredig wordt aangetast.
  • d. 4.2, onder h. ten behoeve van het toestaan van een grotere oppervlak aan bijgebouwen en andere bouwwerken, mits:
  • 1. het betreft bouwpercelen met een oppervlak van ten minste 1.000 m²;
  • 2. een goede landschappelijke inpassing verzekerd is;
  • 3. aangrenzende waarden en belangen niet onevenredig worden aangetast, met dien verstande, dat het oppervlak van bijgebouwen en andere bouwwerken ten hoogste 100 m² mag bedragen, met dien verstande, dat ten hoogste 40% van het op de desbetreffende kaartuitsnede aangeduide perceelsgedeelte voor bijgebouwen bebouwd mag worden.
  • e. lid 4.2, onder i. ten behoeve van het oprichten van bijgebouwen met een grotere goothoogte ten dienste van de beoefening van de duivensport, mits:
  • 1. het stedenbouwkundig beeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  • 2. het woonmilieu daardoor niet onevenredig wordt aangetast, met dien verstande, dat:
  • de goothoogte ten hoogste 4.50 m mag bedragen;
  • het oppervlak ten hoogste 12 m² mag bedragen, onverminderd het bepaalde in 4.2, onder i.
  • f. 4.2 ontheffing voor vergroting van het oppervlakte aan bijgebouwen tot ten hoogste 90 m2 ten behoeve van het houden van hobbyvee en/of de berging van materiaal voor beheer en onderhoud, wordt alleen verleend indien:
  • 1. het bouwperceel van de betreffende woning ten minste 1000 m2 bedraagt;
  • 2. landschappelijke waarden daardoor niet onevenredig worden aangetast.
  • g. ontheffing voor vergroting van de maximum hoogte van andere bouwwerken ten behoeve van het oprichten van onder meer zelfstandige antennes, wordt alleen verleend indien daardoor andere waarden en belangen niet onevenredig worden aangetast.
4.4 Gebruiksregels
4.4.1

Onder gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt ten minste verstaan het gebruik van de grond voor en/of als:

  • a. standplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen;
  • b. staanplaats voor wagens , geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel;
  • c. het opslaan van mest(stoffen);
  • d. opslagdoeleinden anders dan inherent aan het toegelaten gebruik en in het bouwvlak of op tenminste 10 m uit de bestemmingsgrens in het bestemmingsvlak.
  • e. de hobbymatige uitoefening van agrarische doeleinden van ondergeschikte betekenis rond de burgerwoningen wordt toegelaten, mits:
  • 1. landschappelijke waarden daardoor niet onevenredig worden aangetast;
  • 2. deze niet onder het regime van de Wet milieubeheer vallen.
  • f. kampeermiddelen.
4.4.2

Onder gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt ten minste verstaan het gebruik van opstallen voor en/of als:

  • a. woondoeleinden, anders dan in bedrijfswoningen;
  • b. detailhandel, anders dan het verkopen of leveren van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt als ondergeschikt en niet zelfstandig onderdeel van het toegelaten gebruik;
  • c. ambachtelijke en/of industriële doeleinden;
  • d. manegedoeleinden ten behoeve van de niet-productiegerichte paardenhouderij
  • e. horecadoeleinden, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik;
  • f. opslagdoeleinden anders dan inherent aan het toegelaten gebruik.
4.5 Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1

Burgemeester en Wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

  • a. ontheffing voor de uitoefening van kleinschalige ambachtelijke bedrijfsdoeleinden bij de woningen wordt toegelaten, mits:
  • 1. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft;
  • 2. het niet betreft zodanig verkeer aantrekkende activiteiten ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen van enige importantie, waaronder extra parkeerplaatsen, noodzakelijk zijn;
  • 3. geen detailhandel plaatsvindt, anders dan inherent aan het kleinschalig karakter van de toegestane vorm van beroepsuitoefening;
  • 4. andere waarden en belangen daardoor niet onevenredig worden aangetast.
  • 5. aangrenzende waarden en belangen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.